Artikel geschreven door Marianne Miltenburg
Deze zomer stond Europa opnieuw in brand. Vooral in Frankrijk, Spanje, Portugal en Griekenland woedden grote natuurbranden. Eind juli waren er al meer natuurbranden geregistreerd dan in het hele jaar 2025 — en dat jaar gold destijds al als uitzonderlijk warm en droog. Terwijl de menselijke gevolgen breed in het nieuws komen, blijft het lot van de wilde dieren die in deze gebieden leven grotendeels onzichtbaar. Toch is de impact op hen minstens zo ingrijpend.
Miljoenen dieren getroffen, geen officiële telling
Hoeveel dieren er dit jaar precies zijn omgekomen, weet niemand. Er bestaat in Europa geen systematische telling van dierlijke slachtoffers bij natuurbranden, in tegenstelling tot de cijfers die na rampen zoals de Australische bosbranden van 2019-2020 wel bekend werden: toen raakten naar schatting 143 miljoen zoogdieren en miljarden reptielen, vogels en amfibieën getroffen. Deskundigen die zich bezighouden met dierenwelzijn tijdens rampen schatten dat ook in Europa dit jaar miljoenen dieren zijn omgekomen door de branden.
Bij de meest intense branden, zoals die rond Bordeaux, is de kans dat een dier overleeft volgens experts vrijwel nihil. Zelfs dieren die zich normaal gesproken kunnen ingraven, zoals reptielen, insecten en muizen, komen om door de extreme hitte die tot diep in de bodem doordringt.
Vluchten, verstikken, verhongeren
Het effect van een brand verschilt sterk per diersoort. Grote, snelle dieren zoals herten of vossen kunnen soms op tijd wegvluchten, mits het vuur zich niet te snel verspreidt. Voor trage of minder mobiele dieren — egels, hagedissen, amfibieën, jonge dieren die het nest nog niet uit zijn — is ontsnappen vaak onmogelijk. Wie zich ondergronds verstopt, ontkomt bij hevige branden alsnog aan verstikking of extreme hitte.
Ook rook is dodelijk, en niet alleen op de plek van de brand zelf. Net als bij mensen tast rook de luchtwegen van dieren aan, wat op afstand tot verzwakking en sterfte kan leiden.
Wie de vlammen wél overleeft, is nog niet gered. Na een brand blijft er vaak geen struikgewas of boom meer over om in te schuilen. Dieren die terugkeren of tevoorschijn komen, vinden een verschroeide, voedselloze omgeving en zijn zonder dekking een gemakkelijke prooi voor uilen, kraaien en andere roofdieren. Insectenpopulaties, een belangrijke voedselbron voor veel soorten, kunnen lokaal sterk instorten, waardoor herstel nog moeilijker wordt.
Nieuwe gevaren na het vuur
De problemen stoppen niet zodra de vlammen gedoofd zijn. Dieren die hun leefgebied kwijt zijn, trekken soms naar bebouwde omgevingen op zoek naar voedsel en schuilplaatsen. Dat leidt tot een merkbare toename van aanrijdingen met auto’s, doordat de dieren gedesoriënteerd en in onbekend terrein terechtkomen. Ook as en de chemische middelen die worden ingezet bij de brandbestrijding kunnen in de bodem en het water terechtkomen en zo dieren en hun leefomgeving verder belasten. Verbrande grond is bovendien gevoeliger voor erosie, wat op langere termijn ook weer gevolgen heeft voor waterkwaliteit en leefgebied.
Een structureel, groeiend probleem
De branden van deze zomer staan niet op zichzelf. Europa is een van de snelst opwarmende continenten ter wereld, waarin natuurbranden vaker voor zullen komen, zich sneller verspreiden en moeilijker te bestrijden zijn. Voor de biodiversiteit is dat verontrustend nieuws: bijna 10.000 al bedreigde diersoorten wereldwijd zullen door dit soort branden vaker worden blootgesteld aan direct gevaar. Dit betekent voor ecosystemen een lange periode van herstel — als herstel überhaupt mogelijk is voor kwetsbare soorten die al onder druk stonden.
Zoals veel andere organisaties die zich inzetten voor dierenwelzijn, vindt ook Animal Heroes dat er in heel Europa betere registratie opgezet zou moeten worden, zodat de werkelijke omvang van deze stille rampen ooit in kaart gebracht kan worden. Zoals bijvoorbeeld in Duitsland, dat al langer het systeem FireWatch gebruikt: 360 graden draaiende camera’s op hoge masten die de omgeving continu afspeuren en onder gunstige omstandigheden tot 40 à 60 kilometer ver kijken. Een beginnende rookpluim wordt zo soms al op zo’n 20 kilometer afstand herkend, waarna AI-software beoordeelt of het daadwerkelijk om rook gaat. Bij een treffer volgt een melding bij de Duitse bosbrandcentrale. Hoe eerder een brand wordt opgemerkt, hoe kleiner hij meestal blijft, en hoe minder leefgebied en dierenlevens er verloren gaan.
Zolang er geen gestructureerde monitoring van dierlijke slachtoffers bestaat, blijft het beeld Van dierlijke slachtoffers grotendeels een blinde vlek.
Animal Heroes aan de slag in Spanje
De verwoestende natuurbranden rond Madrid en Ávila vernietigen leefgebieden en laten duizenden dieren achter zonder voedsel of onderdak.
Alexandra Leiton Endara woont in Ávila, een van de zwaarst getroffen gebieden. Zij coördineert de noodhulp voor dieren met vrijwilligers uit vier dorpen in het getroffen gebied. Zij hebben een centraal inzamelpunt opgezet waar dringend benodigde hulpgoederen worden ontvangen en vervolgens verdeeld over de getroffen gebieden. Ze houden ook bij wie wat krijgt, zodat alles wat binnenkomt, eerlijk wordt verdeeld.
De meest urgente behoeften zijn: vogelzaad en zaadmengsels voor wilde vogels; voer voor konijnen en andere kleine planteneters; voer voor landbouwhuisdieren, waaronder geiten, schapen, koeien, ezels en paarden; melkvervanger voor verweesde en geredde jonge dieren; hooi, stro en luzerne voor grazende dieren; groente en fruit voor planteneters en wilde dieren; maïs, graan en eikels voor wilde zwijnen en herten; likstenen voor grazende wilde dieren en vee.
Elke donatie, groot of klein, helpt levensreddende steun te bieden aan dieren die getroffen zijn door deze ramp.
Wil je dieren helpen die getroffen zijn door de bosbranden in Spanje?



